Blog Deventer 1250 jaar: Durf groot te denken

21. jan, 2018

Deventer kent een rijke historie. Niet alleen is Deventer een van de oudste steden van Nederland, maar ook was het eeuwen lang een van de grootste en meest welvarende steden. Dit is lang geleden, maar aan de vele monumenten in de historische binnenstad is hier nog veel van terug te zien. Nu de stad dit jaar ongeveer 1250 jaar bestaat en dit lustrum groots wil vieren, heb ik toch wat suggesties. Begrijp me goed, ik schrijf dit omdat de stad een belangrijke plek in mijn hart heeft veroverd. Wat mij al jaren stoort is dat er naar mijn mening vaak zo klein wordt gedacht. Ik heb het hierbij niet over evenementen. Hiermee staat Deventer goed op de kaart. Wel is er meer te doen aan landelijke en internationale publiciteit, maar dit wordt als het goed is al meer opgepakt. Een kans liet men overigens nu al liggen bij de opening van 1250 jaar Deventer. Als hier wat meer in was geïnvesteerd door het aantrekken van grote namen, was landelijke publiciteit veel gemakkelijker geweest. En hoe mooi het lied en het vuurwerk ook was, er werd hiermee slechts plaatselijk gedacht. Grotere publiciteit had waarschijnlijk weer honderden of duizenden extra toeristen opgeleverd voor de rest van 2018.

Groter denken kan op diverse terreinen en het is ook echt nodig voor een duurzame economie en werkgelegenheid. Laat ik beginnen bij het winkelaanbod. Deventer met de direct omliggende dorpen heeft meer dan 100.000 inwoners. Hoe kan het dan dat diverse bekende landelijke winkelketens hier niet gevestigd zijn? Ketens als “Zara”, “Berschka”, ”Coolcat” en ”Primark” zitten niet in de stad. Deventer kent wel talrijke unieke winkeltjes in nostalgisch aangeklede winkelstraatjes. Deze zorgen voor een fantastische aantrekkingskracht op toeristen die Deventer bezoeken vanwege het historisch karakter. Vele duizenden gezinnen uit omliggende (kleinere) plaatsen als Raalte, Lochem, Zutphen en Twello, maar ook uit Deventer zelf, wijken maandelijks echter verschillende keren uit naar Apeldoorn, Zwolle, Arnhem of Enschede. En er kan verschillend over gedacht worden, maar dit is volgens mij met name omdat daar wel voldoende keuze en variatie aan aanbod is. In het voormalige “V&D“ pand zijn er nu goede voorbeelden in Deventer zichtbaar van een grote “H&M“ en een grote “Costes”. Andere ketens ernaast kunnen prima bestaan, omdat er automatisch meer mensen van buiten de stad op af zullen komen. Het vergroten van het voedingsgebied ten opzichte van andere plaatsen in de omgeving zou voor Deventer geen moeilijke opgave hoeven zijn, omdat het naast een expansie aan ruimer winkelaanbod tevens nu al kan leunen op bloeiende horeca voor overdag en het rijke historische karakter van de stad. Dat zet de stad direct al op een voorsprong ten opzichte van de andere genoemde steden. Er lijkt echter angst te zijn voor duurzame investeringen in die richting. Economisch staat er echter veel op het spel. Als bezoekersaantallen op termijn zullen afnemen omdat er gedacht wordt dat Deventer al mooi genoeg is van zichzelf, dan slaan we de plank mis. Dit kost jaarlijks honderden ontslagen en een toename aan leegstaande winkelpanden. In de Stentor verschenen onlangs al verschillende meningen over leegstand en verminderde bezoekersaantallen in gebieden als het Broederenplein en de Lange Bisschopsstraat vanaf de Blokker. Huren zijn er hoog, maar naar mijn mening is er ook een gebrek aan winkelruimte met voldoende vloeroppervlakte voor een aantal bekende landelijke ketens. Als deze naast elkaar gevestigd kunnen worden, verlegd dit de bezoekersstromen in het centrum automatisch. Hierop is dus te anticiperen. Dit vraagt om investeringen en een totaalaanpak, waarbij uiteraard het historisch karakter van de binnenstad niet aangetast hoeft te worden. Doorbraken binnendoor, zoals ook bij de “We“ is toegepast, kunnen een oplossing zijn. Een duidelijker visie is nodig met daaruit voortvloeiend een krachtige lobby, waarbij een beeldmerk van Deventer als vitale, historische stad ingezet kan worden. Economie en welvaart lijken nu vaak als bedreigend gezien te worden voor behoud van het historisch karakter en de kleinschalige detailhandel, maar ik denk dat er veel hand in hand kan gaan en dat een breed totaalaanbod een mooi onderscheidend karakter zal laten zien.

“De Snipperling“ vind ik ook een voorbeeld van kleinschalig denken in combinatie met bureaucratische beperkingen, maar hierover komt al voldoende in de media van allerlei kanten. Wel wil ik hierbij graag nog opmerken dat ook hier geldt dat het Runshoppingcentrum vanwege het huidige aanbod alleen een functie heeft voor (een gedeelte van) Deventer. Inwoners van aanliggende gemeenten zullen uitwijken naar andere steden waar een ruimer aanbod is op dit gebied. De komst van een grote speler zorgt juist weer voor een regiofunctie voor het gebied. Concurrentie met andere winkels in de stad kan op korte termijn een lastige zijn, maar op langere termijn profiteren ook andere winkels van meer bezoekers aan de winkelcentra in Deventer.

Horeca voor overdag is in ruime mate aanwezig, restaurants hebben ook een regiofunctie. Op dit terrein, met onder andere de fantastische Brink, onderscheidt Deventer zich nu nog. Zwolle en Apeldoorn zijn hierbij echter in opkomst en krijgen ook meer pleinen met terrassen en aanbod. Het is goed om het uitgaansleven voor alle leeftijden op peil te houden. Voor jongeren en dans- en concertliefhebbers blijft Deventer wat achter. Mensen uit bijvoorbeeld Raalte of Twello komen graag naar Deventer om uit eten te gaan met desgewenst ook aansluitend een bezoekje aan de bioscoop of het filmhuis. Na afloop hiervan is het dans- en concertaanbod minder rijk dan in vergelijkbare steden. Dit zullen bijvoorbeeld studenten ook ervaren. Als hier niet voldoende op wordt geanticipeerd, dan zullen mensen Deventer de rug gaan toekeren. Een dagje naar een stad houdt een totaalaanbod in, zeker als daarna in een hotel wordt overnacht. Dat betekent dus naar mijn idee: Een rijk winkelaanbod, een rijk aanbod aan horeca en uitgaansgelegenheden en een mooie entourage. Dit laatste heeft Deventer zeker in de basis, maar dit kan nog beter worden benut. Het Havenkwartier biedt mogelijk uitkomsten qua locatie. Een mooie kans voor de toekomst is tevens het volgende: Amsterdam kan het aantal toeristen niet meer aan en zoekt naar verbredingsmogelijkheden richting andere steden. Apeldoorn speelt hier straks handig op in met het trekken van toeristen naar Paleis het Loo. Als Deventer slim is, dan sluit het hierbij aan en speelt zij een voortrekkersrol. Na de reis naar Apeldoorn vanuit het Westen van het land, is het de eerste Hanzestad die toeristen op hun route tegenkomen. Hotelarrangementen kunnen hierop worden aangepast, inclusief goede verbindingen van en naar de Deventer Binnenstad.

Een economische groei en het in stand houden van een belangrijk basisaanbod voor de stad vraagt ook wat van de bevolking. Trouw aan de voorzieningen en het aanbod in de eigen stad staat denk ik voorop, maar daarnaast zijn het groter helpen denken, het lobbyen en duurzame samenwerking ook van belang. Laat Deventer niet teveel blijven hangen in het zien van concurrentie als bedreiging, maar in de kansen die meer aanbod met zich mee brengt. Dit is goed voor een grotere magneetfunctie van de stad. Er is innovatief denken nodig. Denken buiten kaders. De bureaucratische rem mag er af. Laat Deventer 1250 jaar een prachtig jaar worden, waarin groot mag worden gedacht met inachtneming van het historisch karakter, het milieu en de duurzaamheid. Als uitdaging geef ik mee: Het ontwerp van een “Groene Flat”. Als mijn mening ergens in kan worden betrokken: Graag. Ik denk graag mee. Deventer: Op weg naar een gezonde, maar onderscheidende toekomst!